Archive forApril, 2006

Blognomics 06

Hoewel ik Krijn erg wil bedanken voor de mogelijkheid om aanwezig te zijn, ben ik helaas niet zo’n goed schrijver. Ik zal me hierbij beperken tot een verwijzing naar andere.

De site
Blognomics 06

Interessante links gedurende de dag:

http://www.amsterdamcentraal.nl/ Burgerjournalistiek in Amsterdam
http://www.stillfree.com/ Check het filmpje
http://www.live.nl/ maak je eigen startpagina
http://www.vpro.nl/checklist Erwin Blom. Hoofd van de afdeling Digitaal van de VPRO.
http://www.nosheadlines.nl/ nos headlines
http://www.sqpn.com/ The blog and podcast of father Roderick Vonhögen
http://www.loiclemeur.com/ van Six apart Europe
http://scally.typepad.com/ Beroemde schrijfster dankzij weblogs in Frankrijk.


Gelukkig hebben we de foto’s nog

http://www.flickr.com/photos/tonz/sets/72057594118709336/ -
http://www.flickr.com/photos/hans-on-experience/sets/72057594118712604/ -
http://www.flickr.com/photos/guigui/sets/72057594118725070/ -
Gelukkig hebben we de weblogs nog
http://www.cre-aid.nl/wordpress/?p=127 -
http://www.eventbuzz.nl/2006/04/27/blognomics-de-grote-lijn/ -
http://www.denieuwereporter.nl/?p=405 -
http://paulmolenaar.web-log.nl/log/5680731 -
http://www.dutchcowboys.nl/weblog/6952 -
http://www.blogologie.be/2006/04/live_op_blognom.html -

Comments

Project

Project:
-verhalende virtuele sociale identiteitsconstructie.
-Identiteit creëren met behulp van web2.0 sites

Bredere context
-De sociale webinfrastructuur maakt het mogelijk om aan veel delen van je identiteit op gemakkelijke wijze te bouwen. Niet alleen de ander leert je beter kennen, ook zelf krijg je een beter beeld van jezelf.

Omdat het internet een sterkere geheugen functie heeft dan jijzelf wordt het in de loop van de tijd veel beter duidelijk wie je bent zonder dat je daarvoor echt je best moet doen, kijk maar eens naar de tagclouds van web2.0 sites. last.fm, del.icio.us, flickr geven een heel aardig beeld van wie ik nu eigenlijk ben (of iig wat mij boeit).

Ze geven wellicht ook een directer beeld dan bijvoorbeeld mijn hyves pagina zou geven. Hyves is door mij bewust geconstrueert om een door mij bedacht beeld van mijzelf naar buiten te brengen. Het is minder rauwe data dan de tags en nummers van eerst genoemde.

Doel:
-Identiteitsvorming op internet onderzoeken, welke input is nodig om uit eindelijk tot een identiteit te komen die ook zonder nieuwe input van de auteur kan zijn.

-Een verhaal creëren dat spannend genoeg is om te blijven volgen; voorbeelden: Een belofte in het begin, een bijzondere eigenschap, een moord, onthullingen, een geheim.

-Een identiteit creëren die mensen sterkt aanspreekt dat ze er buiten deze identiteit om ook over gaan spreken. Voorbeelden: Jezus, Osama, serie moordenaar.

Doelgroep van project
-“Jongeren” met een bovengemiddelde kennis en interesse van internet..
-Geïnteresseerd in kunst en cultuur, en geïnteresseerd in nieuwe media en de mogelijkheid tot het vertellen van verhalen.

Problemen
-Hoe voorkom ik dat een nieuw gevormde identiteit niet meer is dan een pseudoniem van mijzelf. Waar creëer ik meerwaarde. Mogelijke oplossing de identiteitscreatie met andere delen, en of er voor zorgen dat andere onderling over de nieuwe identiteit gaan praten, als twee mensen buiten mij om over mijn creatie spreken en hem beschrijven als een bestaand persoon, dan heeft deze inderdaad een bestaan buiten mij om gekregen.

-Hoe zorg ik er voor dat de gebruiker bij een eerste aanblik niet afhaakt. Ik zal een manier moeten vinden waarop de gebruiker duidelijk gemaakt wordt, dat er meer is dan dat hij in eerste instantie te zien krijgt.

Kenmerken internet personage:
-lichamelijk afwezig
-vervreemd van zichzelf
-identiteit van het goed; rolmodel waaraan andere een voorbeeld kunnen nemen.
Mogelijkheden: Religieuze sekte; Politieke beweging; Wereldheerschapij; Wereld redden; de getuigenissen van een serie moordenaar.

Randvoorwaarden
-Positieve belichting van internet
-bestaande web2.0 tools.
-mensen moeten er over praten, en zodoende hun eigen mythe creëren.

Comments (1)

the liquidation of the self

Hoe het computertijdperk het begrip van het zelf veranderd

Identities are never undefined and, in late modern times, increasingly fragmented and fractured; never singular but multiply constructed across different, often intersecting and antagonistic, discourses, practices and positions. They are subject to a radical historicization, and are constantly in process of change and transformation.. (Stuart Hall, 1996 - Londen, Questions of Cultural Identity)

For Foucault, people do not have a ‘real’ identity within themselves; that’s just a way of talking about the self — a discourse. An ‘identity’ is communicated to others in your interactions with them, but this is not a fixed thing within a person. It is a shifting, temporary construction. (Foucault)

But although a person is not commonly thought of as a process, we can think of his life or personal history as a process, a sequence of events. “Personal Identity” (John Perry 1975)

Identiteit wordt bij een gehouden door de “ander”. Iemand bestaan wordt bij een gehouden door verhalen die andere vertellen. En de verhalen die wij andere vertellen. Door onze kennis van andere verhalen, kunnen wij iemand als een geheel zien, ook al speelt deze slechts een tijdelijke lokale rol. Nieuwe verhalen over de ander veranderd ons beeld van diens identiteit. Tevens draagt onze toenemende en veranderende kennis van verhalen bij aan het veranderen van het beeld van de ander.

That particular actions derive their characters as parts of larges wholes is a point of view alien to our dominant ways of thinking and yet one which it is necessary at least to consider, if we are begin to understand how a life may be more the a sequence of individual actions and episodes. (Macintyre, A., After virtue; A study in moral theory 1985 Duckworth London 204, 205)

Als identiteit meer is dan een opeenvolging van individuele acties en afleveringen, waar is dat meer dan? Het antwoord ligt wellicht in onze cultuur.

Onze identiteit kan gevonden worden in de omgeving die zich aan ons spiegelt, en in de herinneringen aan ons zelf in andere tijden. Spreken van het aannemen van verschillende identiteiten zou dan ook niet mogelijk zijn, omdat hoewel onze omgeving ons best als meerdere identiteiten kan zien, wij ons zelf nog steeds als een persoon in meerdere rollen blijven herinneren. En tegen onze wil worden opgesloten als wij dit niet meer doen.

Dit brengt mij tot het volgende dilemma hoewel ik technisch in staat ben om een nieuwe identiteit op internet te creëren en deze via verhalende vorm aan het publiek te presenteren. Deze identiteit niet veel meer (of minder) is dan een nieuwe rol die ik als auteur speel, het ontstijgt mij als auteur niet. Het ontstijgt mij zelf pas als de lezer / gebruiker van mijn verhaal er zelf mee verder gaat. Als gebruikers onderling op basis van mijn gecreëerde identiteit verhalen gaan uitwisselen. Is de identiteit niet alleen meer een uiting van mij, maar is het mij ontstegen.

Project: verhalende virtuele sociale identiteitsconstructie.

Doel: Identiteitsvorming op internet aan tonen, welke input is nodig om uit eindelijk tot een identiteit te komen die ook zonder nieuwe input van de auteur kan zijn.

Research Question: Waarom lezen mensen verhalen, waarom volgen mensen iemands leven, wat is het dat mensen geïnteresseerd doet zijn in de ander.

Een boek dat verder ingaat op verhalende identiteitsconstructie is After virtue

Any contemporary attempt to envisage each human life as a whole, as a unity (…) encounters two different kinds of obstacle, one social and one philosophical. The social obstacles derive from the way in which modernity partitions each human life into a variety of segments. And all these separations have been achieved so that it is the distinctiveness of each, and not the unity of the life of the individual who passes through those parts in terms of which we are taught to think and feel.

The philosophical obstacles derive from two distinct tendencies, one chiefly, though not only, domesticated in analytical philosophy and one at home in both sociological theory and in extentialism. (…)

That particular actions derive their characters as parts of larges wholes is a point of view alien to our dominant ways of thinking and yet one which it is necessary at least to consider, if we are begin to understand how a life may be more the a sequence of individual actions and episodes.

And the unity of a virtue in someone’s life is intelligible only as a characteristic of a unitary life, a life that can be conceived and evaluated as a whole.

Macintyre, A., After virtue; A study in moral theory 1985 Duckworth London 204, 205

Comments

Hypernarrative

Woensdag vond ik in de mediatheek de intressante thesis: Hypernarratives – Stratagies for integrating the opposing cultural logics of database and narrative in hypermedia. Geschreven door Kars Alfrink in 2002. Kars’project was een hypernarrative een verhaal dat op meerdere manier gelezen kon worden. Iets dergelijks wil ik ook proberen maar dan in de vorm van elkaar overlappende identiteiten en verhalen op web2.0 sites.

Interessant voor Project:

De twintigste eeuw werd gedomineerd door verhalende media, Film, Tv, Radio etc. In het begin van deze eeuw echter zien we een langzame opkomst van de database media. De oorzaak - gevolg logica wordt daarbij aan de gebruiker over gelaten. (Het element Tijd wordt uit de presentatie gehaald, en kan er door de gebruiker naar eigen inzicht weer ingestopt worden)

Over wat een Narrative zou moeten bevatten quote Kars Mieke Bal: It should both contain an actor and a narrator; it also should contain three distinct levels of text, the story and the fabula; and its “contents” should be “a series of connected events caused or experienced by actors. (Bal, M., Narratology: Introduction to the theory of the narrative (Toronto: University of Toronto Press, 1985), 8 ) in Alfrink, K., Hyper narratives 2002, 10

“Its language is a half-heard murmur, fractured, fitful, nondiscursive, nonlinear.” Harvey, The Island of lost maps, 2001, 37-38)

Een Hyper narrative is als een kaart. Er is informatie maar geen directe aanwijzing waar je zou moeten beginnen met het lezen van deze informatie. En dit doet er wellicht ook niet toe.

Wat ik gebruikers aanbied is een gevulde database, die veranderd in de loop van de tijd. Hierbij probeer ik de gebruiker via lichte sturing een verhaal te laten “construeren”.

Verhaal – auteur – web2.0/database – gebruiker – verhaal

Hoewel ik mijn verhaal in een bepaalde handelingsvolgorde invoer, is het onwaarschijnlijk dat de gebruiker het verhaal in een zelfde tijdsvolgorde creëert. De wijze waarop ik mijn verhaal ontvouw heeft echter wel invloed op hoe de gebruiker het ontvangt. Het is dus geen interactief verhaal, het einde staat vast. De manier waarop de gebruiker het bouwt staat echter open.

Als ik een bestaand verhaal zou omzetten van Narrative naar hypernarrative, dan zal ik een deel van het verhaal moeten afstaan aan de database, tijd in ruimte omzetten. Hierbij zal van de gebruiker echter een grote inspanning verlangt worden, en tegenover een grote inspanning moet “gevoelsmatig” een grotere beloning staan.

How can we keep a coherent narrative or any other development trajectory through the material if it keeps chancing? (Manovich, L. Language of new media 2001).

We laten een zekere maten van onvoorspelbaarheid toe. De speelruimte waarbinnen het verhaal zich kan bewegen vergroten we (ten opzichte van de oude media).

Hypermedia Authors should seek to create “(…)” signs that attempt to condese meaning rather than simply dice it into even smaller shards. (Lunefeld, P., Snap to grid, A users guide to digital arts, media and cultures, 1st paperback editon 1st printing, MIT press 2001, 53)

Dus naast het voordeel van de gebruiker zijn eigen verhaal laten samenstellen. Moet de auteur daar ook extra betekenis tegenover stellen. Een bestaand verhaal in kleine blokjes verdelen is niet genoeg. Ieder blok moet als verhaal op zich kunnen staan, en de gebruiker uit dagen om verder te lezen. (Immediacy)

Een mogelijk probleem is dat de gebruiker niet van te voren het hele verhaal kan overzien, en ook niet kan inschatten of er een heel verhaal te zien is. Ik zal dus een manier moeten vinden waarop de gebruiker duidelijk gemaakt wordt, dat er meer is dan dat hij in eerste instantie te zien krijgt.

De verhalende database word zowel Manovich als Alfrink vergeleken met de schilderkunst die europa eeuwen lang de leidende media was. Hoewel alle ingrediënten in een keer zichtbaar zijn, moet de gebruiker toch al verkennende zich het verhaal eigen maken. Wellicht een leuke manier om het uiteindelijke verhaal te presenteren een print naar voorbeeld van een 17e eeuws schilderij, met nieuwe symbolen en nieuwe verhalen.

Net als dat schilderijen vroeger bol stonden van de symbolen, zo is nu ook internet gevuld met symbolen die slechts door de insiders kunnen worden waargenomen.

Verhalen vertellen; identiteiten worden geconstrueerd door verhalen. Men leert de ander kennen niet alleen door directe communicatie maar ook door diens verhalen. Ik maak in mijn hoofd een beeld van jou, door mijn gespreken met jou, de dingen die ik over jou lees, en de mijn kennis over bepaalde identiteiten in het algemeen

Interessante links over interactieve verhalende websites

http://www.scottmccloud.com/comics/carl/3a/02.html
http://www.exactitudes.com/
http://www.nobodyhere.nl/

Interessant voor mijn Thesis:
In de thesis wordt verwezen naar een interview van Daniel Palmer met Manovich gepubliceert in Real Time (Australië 2001) waaruit ik hier een vraag zal overnemen.

Q. One of the distinctions you make in the book is between the database and narrative as competing symbolic forms. What is the significance of this contemporary shift to the database?

A. The shift to the database can be understood as part of the larger shift from a traditional “information-poor” society to our own “information-rich” society. Narrative made sense for cultures based on tradition and a small amount of information circulating in a culture – it was a way to make sense of this information and to tie it together (for instance, Greek mythology). Database can be thought of as a new cultural form in a society where a subject deals with huge amounts of information, which constantly keep changing. It maybe impossible to tie all together in a single (or a set of) narrative but you can put it in a database and use a search engine to find what you are looking for, to find information which you are not aware of but which matches your interests and finally to even discover new categories. In short, a narrative is replaced by a directory/index.

Modernisme / Postmodernisme // Narratives / Database
Wellicht kan men beweren dat met de verschuiving van modernisme (de maakbare samenleving, het maakbare leven) naar het postmodernisme (De tijdloze historie) ook de verschuiving van verhalen naar “losse informatie” (databases) heeft plaats gevonden. Wat wellicht weer te passen valt in de bewering van Foucault dat geschiedenis zich discontinu ontwikkelt.

The ability of a computer to produce endless variations of elements and to act as filter, transforming its input to yield an new output - becomes the logic of our culture at large. (Manovich, L. Language of new media 2001, 236)

Mijn onderzoeksvraag zou dus kunnen zijn: Wat zijn de gevolgen van database media / nieuwe media / sociale webapplicaties / web2.0 op het begrip (van) persoonlijke sociale identiteit.

Comments (1)

Project en Thesis III

Afgelopen weekend weer een zinnige quote gevonden die mij een stuk op weg hielp:

Camus‘ beroemde roman De vreemdeling behandelt de existentiële angst van de mens aan de hand van de beschrijving van de hoofdpersoon, die in elk opzicht een ‘vreemdeling’ is: vervreemd van zijn lang, en van de andere mensen. Hij vertegenwoordigt een diepe vervreemding van het individu. (Bergman, G., The little book of bathroom philosophy 2004 Rainbow pockets, Amsterdam blz 10)

Vervreemding als thema voor mijn project dus. Nu weet ik nog niet of ik dat boek wil gebruiken (Ik moet het eerst nog vinden). Maar het thema vervreemding interesseert me wel. Het is wellicht de ongewenste vorm van het creëren van een nieuwe identiteit. En waar beter dan op het web zou het zich kunnen afspelen.

Thesis

Wat wil je vertellen.
-ik wil het verhaal van de lichaamsloze identiteit vertellen.
-zijn identiteiten zonder lichaam echt, of ten aller tijden verzonnen.
-welke problemen komen voort uit een lichaamsloze identiteit.

Hoe ga je dat onderzoeken
Hoe heeft online identiteit zich ontwikkelt na de homepage.
Hoe uiten mensen/ creëren mensen hun sociale identiteit.

Welk punt wil ik maken.
-Dat alles een verhaal is / dat alles een database is
-Een verhaal is een voorgeprogrammeerde route door een database.
-als je mensen een database geeft, wat blijft er dan over?

-Identiteit is een veranderende constructie die door iedereen anders beleefd wordt. Er is geen kern er is geen juiste afspiegeling.

Tijd en Ruimte / Verhaal en database.

-In Manovich boek (The Language of New Media) wordt er een duidelijk verschil gemaakt tussen verhaal en database (verzameling) is echter niet een verhaal een voorstelling van de wereld volgens een tijdlijn (oorzaak - gevolg) en database alle objecten in een plaats. Waarbij het begrip plaats weer problemen oplevert. Is een database niet een verhaal zonder tijdsverloop. Conclusie: Als je in een verhaal element tijd weg laat, verval je tot een database, laat je in een verhaal de database weg dan blijft alleen de tijd nog over. (Ruimte kan zonder tijd bestaan, tijd is niet te meten zonder ruimte) Hoera nog meer filosofische ellende J

Research
-Bestaan er boeken waarvan de hoofdpersoon zich bewust is van zijn aanwezigheid in het boek.
-Bestaan er films die om zichzelf gaan.

-Manovich herlezen en opzoek gaan naar wat verhalen met identiteit te maken hebben
-Thesis over virtual narratives lezen en samenvatten.
-Artikel over persoonlijke identiteitsconstructie samenvatten.

Project: Vervreemding

Onderwerpgebied:
-Sociale virtuele identiteit constructie.

Bredere context
-De sociale webinfrastructuur maakt het mogelijk om aan veel delen van je identiteit op gemakkelijke wijze te bouwen.

Kenmerken internet personage:
-lichamelijk afwezig
-vervreemd van zichzelf
-heeft het een reële binding met een bestaande wereld nodig, of kan het ook alleen aan internet refereren

Doelgroep van project
-“Jongeren” met een bovengemiddelde kennis en intresse van internet..
-Geïnteresseerd in kunst en cultuur, en geïnteresseerd in nieuwe media en de mogelijkheid tot het vertellen van verhalen.

Onderwerp van project
-Webverhaal maken met behulp van web2.0 sites
-Webverhaal een soort dagboek vorm over een hoofdpersoon gebaseerd op een boek met als thema de vervreemding.
-Het herschrijven van een bestaand verhaal zodat deze geschikt is om in “dagboek” vorm gebracht te worden om het web.

Mogelijke verhalen:
-kort verhaal uitwerken tot testcase
-klassiek werk van Shakespeare gebruiken
-Detective, waarbij de gebruiker/lezer op zoek moet gaan naar aanwijzingen voor de waarheid.

Randvoorwaarden verhaal
-Een (1) hoofdpersoon
-locatie minder van belang (denk aan toneel)
-dagboek vorm
-Weinig figuranten

Randvoorwaarden
-Positieve belichting van internet
-interactiviteit is geen moeten
-bestaande web2.0 tools.

Comments (1)

Identiteit modernistisch / postmodernistisch

Al geruime tijd bestaat in de theorie vorming over de constitutie van het subject een zekere mate van consensus over het inzicht dat het idee van een gecentreerd, authentiek zelf dat vooraf gaat aan het sociale en culturele een fictie is, hoe waardevol en “real in its consequences’ deze fictie ook mag zijn. (van der Ploeg, I., Op het lijf geschreven in de Mul, J. Filosofie in cyberspace, Kampen, Uitgeverij Klement 2002, 257)

Identiteit zoals ik het kan overzien is de som van de persoonlijke herinneringen en herinneringen aan de persoon van de wereld om de persoon heen. Deze herinneringen van andere bestaan uit herinneren van andere mensen die de persoon ontmoet hebben (in de breedste zin van het woord). Maar ook herinneringen die objecten bewaren zoals foto’s en geschriften (Waaronder ook de gemeentelijke administratie etc).

Als we een van deze weg zouden halen, zou er nog steeds een identiteit kunnen bestaan, maar begint deze te happeren. De persoonlijke identiteit vanuit het zelf is een visie die wordt verbonden met de Modernisten samengevat in DesCartes: “Cogito, ergo sum, ik denk, dus ik ben”

Lock probeerde hier een regel voor op te stellen Een identiteit is gelijk aan zich zelf als:

 A does contain or could contain a memory of an experience contained in B. (Locke, J. in Perry, J. Personal Identity Berkeley, University of California press 1975, 16)

In deze regel houdt een persoon zijn identiteit dus bij elkaar door herinneringen. Ik kan mij herinneren wat ik gister gedaan heb, en wie ik gister was, en ben dus op tijdstip X en Y dezelfde persoon. De problemen beginnen te komen op het moment dat door bijvoorbeeld dementie mijn geheugen minder zou worden. Als ik geen herinneringen meer heb aan hoe ik was als kind, zou het kind en de bejaarde versie van mijzelf niet meer dezelfde persoon zijn. Het spreekt voor zich dat dit door een ieder als onzin gezien zal worden.

Andersom beweren dat een identiteit puur een constructie van de omgeving is  de franse filosoof Foucault is hier een voorbeeld van

For Foucault, people do not have a ‘real’ identity within themselves; that’s just a way of talking about the self — a discourse. An ‘identity’ is communicated to others in your interactions with them, but this is not a fixed thing within a person. It is a shifting, temporary construction. (Gauntlett, D., Michel Foucault, 1998 http://theory.org.uk/ctr-fou1.htm (11-04-2006))

Hierbij treed volgens mij de vreemde gewaarwording op, dat mensen zowel voor als na hun dood kunnen bestaan. Als toekomstige ouders praten over hun toekomstige kind, dan al bestaat het kind in de gedachte van de ouders. Ze kunnen het kind een naam geven en er over praten alsof het er al is. Als het kind eenmaal geboren is en opgroeit neemt zijn bestaan toe naarmate er meer andere zijn om mee te communiceren. Als het kind eenmaal als bejaarden overlijd, kan het nog na zijn dood na bestaan. In de gedachten van andere, pas als de alle informatie over de overledene verdwenen is, houdt het op te bestaan, mocht er daarna nog nieuwe ontdekkingen worden gedaan kan de persoon weer tot bestaan komen. Hier uit volgt volgens mij ook de post modernistische gedachte dat geschiedenis discontinu is.

 Identity over Time

 

Een merkwaardig grafiekje om mijn woorden te ondersteunen, volgens de modernisten is de identiteit iets wat aan iemand vast zit, de groene grafiek, die begint bij de geboorte en eindigt bij de dood. Voor postmodernisten is een identiteit een construct. Het zwelt langzaam aan bij de geboorte, en dooft langzaam weer uit naar de dood. Hoe meer omgeving kennis van jou identiteit heeft, hoe groter je identiteit is.


 

Comments (1)

Identiteit over Tijd

The following post is in Dutch because the subject became just to hard for me when I also had to deal with translation problems. It’s based on the Wikipedia page: Identity and change so if you wish you can look it up yourself :)

Identiteitsvorming op internet kunnen we opvatten als de herkenning van patronen in een stroom van informatie, persoon A ziet op zijn scherm een enorme hoeveelheid gegevens aan zijn ogen voorbij trekken, zo nu en dan herkent hij een blokje informatie afkomstig van persoon B. Herkenning van persoon B gebeurt aan de hand van vergelijking met de gegevens afkomstig van persoon B uit eerdere confrontaties. Voorbeelden van herkenbare en herleidbare data zijn de naam, een email adres of een pasfoto, maar ook abstractere dingen zoals een schrijfstijl, of een regel van B’s favoriete popgroep. Door Goffman wordt dit als volgt omschreven: Persoon B wordt door A tot stand gebracht uit de informatie die hij geeft (woorden en beelden) en de informatie die hij afgeeft (schrijfstijl en keuze van foto’s) (Goffman, E., The presentation of self in everyday life (New York 1959)(uit: Theelen, L., Het internet leert ons zelf kennen. Over identiteitsconstructie op het web 2004)

Hoe groter A’s kennis over persoon B hoe eenvoudiger het wordt om nieuwe informatie in te delen als afkomstig van persoon B, niet afkomstig van persoon B of waarschijnlijk afkomstig van persoon B, maar met een gevoel van wantrouwe.

De identiteit van persoon B is in de “ogen” van persoon A niets meer of minder dan een stroom van informatie die een match maakt met de al eerder bekende informatie over persoon B. Mocht B zich echter bewust gaan gedragen als een persoon die niet past binnen patronen die A als B herkent, dan heeft B een nieuwe persoon C gecreëerd. (Of dit voor A van belang is hangt natuurlijk af van de relatie die A met B heeft)

Het eenvoudig antwoord zou dus zijn persoon B op tijdstip X is persoon B op tijdstip Y als B in beide gevallen gelijk is aan zichzelf. Door Leibniz verwoord als: Entities x and y are identical if and only if any predicate possessed by x is also possessed by y and vice versa. (Wikipedia 2006) Deze wet werd later als onjuist geacht met het argument dat als persoon B online bijvoorbeeld zijn msn naam zou wijzigen hij niet meer de persoon B is die hij voor heen was maar een ander persoon. Strikt genomen is dat natuurlijk ook zo. Maar in de praktijk is deze stelling onhoudbaar.

Waar komt deze verwarring dan vandaan, Wikipedia komt met de volgende uitleg, we maken in ons denken gebruik van verschillende kennis domeinen; de werkelijkheid zoals die is; het echte taalkundige universum. Onze eigen werkelijkheid van hoe wij de werkelijke wereld beleven, en onze wetenschappelijke verklaring van hoe wij onze werkelijkheid beleven. Om weer ons voorbeeld van persoon B aan te halen. In werkelijkheid uit persoon B zich op het internet. Wij ervaren de uitingen van persoon B als zijnde B, dit zelfs als de wetenschappelijke logica beweert dat B op tijdstip Z een ander B is dan op tijdstip X, en dus strikt genomen niet dezelfde is. (Wikipedia 2006) of we persoon B op tijdstip X en Y persoon B blijven noemen hangt dus van de context van onze relatie met B af. (Een computer zou B bijvoorbeeld niet meer als B beschouwen als zijn IP-adres veranderd)

Leibniz wet geeft ook nog een andere problematische oplossing als de uitingen van persoon B en D voor persoon A gelijk aan elkaar zijn. Dan is voor persoon A persoon B dezelfde persoon als persoon D. Het spreekt voor zich dat dit fraude in de hand werkt. B kan zich daarbij alleen maar beschermen door kenmerken van zich zelf te verstrekken waaraan A B duidelijk van D kan onderscheiden.

Uit bovenstaand blijkt dus dat in de sociale context van het web vanuit persoon A persoon B zowel zichzelf als persoon C kan zijn, en dat voor persoon A, B en D voor één persoon kunnen doorgaan. Een identiteit kan meerdere persoonlijkheden hebben net als dat meerdere identiteiten een persoonlijkheid kunnen aannemen. Of B gelijk is aan B hangt dus af van de voorwaarden die A stelt aan B om gelijk aan B te zijn.

Comments

Virtual Narrative (a modern fairy tale)

The Character

After re-researching my research I came to the conclusion that I had all the ingredients for a digital story, to be placed on the web.
What you need is a character (or call it a virtual identity). And a story. The first question that arises that what is a virtual character? To answer that we first need to answer the question what is a character? I will skip the history lesson for now, and go directly to the last chapter, that of the postmodernist and the anti-essentialists

Identities are never undefined and, in late modern times, increasingly fragmented and fractured; never singular but multiply constructed across different, often intersecting and antagonistic, discourses, practices and positions. They are subject to a radical historicization, and are constantly in process of change and transformation.. (Stuart Hall, 1996 - Londen, Questions of Cultural Identity)

For Foucault, people do not have a ‘real’ identity within themselves; that’s just a way of talking about the self — a discourse. An ‘identity’ is communicated to others in your interactions with them, but this is not a fixed thing within a person. It is a shifting, temporary construction. (Foucault)

But although a person is not commonly thought of as a process, we can think of his life or personal history as a process, a sequence of events. “Personal Identity” (John Perry 1975)

A character has to be prominent and individual, has to be noticeable and cannot be eliminated from the story without provoking a important change in the plot Narrative Elements in Digital Media by Cristian García (1997)

The conclusion can be that an identity (how someone sees someone else) is a summing up of the encounters of the expressions of the other in different media (as you count real life as a medium) So to create a virtual character you must create points where the viewer can meet expressions of the character (like weblogs, mail, IM, photo site’s and other) and can have interaction with the character. To get a realistic story not only the interaction but also the static information (like photo sites and weblogs) need to be in change (in state of flux)

The Story

According to Deleuze and Guattari (1987) the raw materials of existence - the social, the mental and the physical - are constantly in flux, lacking consistency and making connection difficult. (bron)

A Story in new media consist of events, as in linear media but their length, development and arrangement in time are not decided by the author. In my opinion, the cause and effect chain turns to be the user as a cause-action and the computer makes an effect-reaction. The suspense, the curiosity for the next happening is now the curiosity for the effect the computer can generate: what happens if I do this? Narrative Elements in Digital Media by Cristian García (1997)

The Internet has provided a new context for identity exploration, as the virtual world provides a venue to explore a complex set of relationships that is flexible and potentially anonymous. Language on the Internet represents a new type of discourse that is shaped by the creativity and innovation of its communities of users (Crystal, 2001).

Example
I will use the website of Matt Brett as an example. reading (or using) his website is almost like a new media story, what will happen (or will I learn) when I push this link? I don’t know if you can call it suspense but it evokes at least my curiosity.

I can follow his bookmarks on the internet, I can see his photos, I can hear his music, I can read what he things and I can build a mental picture of this character. So for me he is a real virtual character. If you consider the internet as a story and Matt as a character than he indeed applies to all the qualifications that a virtual character needs to be real (or believed to be real).

Trust
The story can/will take place on multiple websites, but to be trustworthy their relational story should make sense. The context and content in different websites should have a mutual connection.

Reality as a proxy for the requested accuracy; subsequently, transparency as the natural way to convey reality to visitors; finally, the completeness implied by transparency. Raphaël MazoyerI Am online

So in order to create a real life feeling of trust, you need to be as open as possible. So that as much of the online movements of the character can be tracked.

Why?
The hardest question of them all, is why create an online story. Well first of all to try if it’s possible. Secondly to find out the difference between a real person being online, and a made up virtual character. Since the body is missing in both cases what is the difference? (direct interaction?) The main question is what needs a character to a) exist and b) be reliable (credible). It would be the proof of my assumption of what virtual identity contains. And is the web an useful medium for storytelling.

Comments

« Previous entries

Recent Comments: