Hypernarrative

Woensdag vond ik in de mediatheek de intressante thesis: Hypernarratives – Stratagies for integrating the opposing cultural logics of database and narrative in hypermedia. Geschreven door Kars Alfrink in 2002. Kars’project was een hypernarrative een verhaal dat op meerdere manier gelezen kon worden. Iets dergelijks wil ik ook proberen maar dan in de vorm van elkaar overlappende identiteiten en verhalen op web2.0 sites.

Interessant voor Project:

De twintigste eeuw werd gedomineerd door verhalende media, Film, Tv, Radio etc. In het begin van deze eeuw echter zien we een langzame opkomst van de database media. De oorzaak - gevolg logica wordt daarbij aan de gebruiker over gelaten. (Het element Tijd wordt uit de presentatie gehaald, en kan er door de gebruiker naar eigen inzicht weer ingestopt worden)

Over wat een Narrative zou moeten bevatten quote Kars Mieke Bal: It should both contain an actor and a narrator; it also should contain three distinct levels of text, the story and the fabula; and its “contents” should be “a series of connected events caused or experienced by actors. (Bal, M., Narratology: Introduction to the theory of the narrative (Toronto: University of Toronto Press, 1985), 8 ) in Alfrink, K., Hyper narratives 2002, 10

“Its language is a half-heard murmur, fractured, fitful, nondiscursive, nonlinear.” Harvey, The Island of lost maps, 2001, 37-38)

Een Hyper narrative is als een kaart. Er is informatie maar geen directe aanwijzing waar je zou moeten beginnen met het lezen van deze informatie. En dit doet er wellicht ook niet toe.

Wat ik gebruikers aanbied is een gevulde database, die veranderd in de loop van de tijd. Hierbij probeer ik de gebruiker via lichte sturing een verhaal te laten “construeren”.

Verhaal – auteur – web2.0/database – gebruiker – verhaal

Hoewel ik mijn verhaal in een bepaalde handelingsvolgorde invoer, is het onwaarschijnlijk dat de gebruiker het verhaal in een zelfde tijdsvolgorde creëert. De wijze waarop ik mijn verhaal ontvouw heeft echter wel invloed op hoe de gebruiker het ontvangt. Het is dus geen interactief verhaal, het einde staat vast. De manier waarop de gebruiker het bouwt staat echter open.

Als ik een bestaand verhaal zou omzetten van Narrative naar hypernarrative, dan zal ik een deel van het verhaal moeten afstaan aan de database, tijd in ruimte omzetten. Hierbij zal van de gebruiker echter een grote inspanning verlangt worden, en tegenover een grote inspanning moet “gevoelsmatig” een grotere beloning staan.

How can we keep a coherent narrative or any other development trajectory through the material if it keeps chancing? (Manovich, L. Language of new media 2001).

We laten een zekere maten van onvoorspelbaarheid toe. De speelruimte waarbinnen het verhaal zich kan bewegen vergroten we (ten opzichte van de oude media).

Hypermedia Authors should seek to create “(…)” signs that attempt to condese meaning rather than simply dice it into even smaller shards. (Lunefeld, P., Snap to grid, A users guide to digital arts, media and cultures, 1st paperback editon 1st printing, MIT press 2001, 53)

Dus naast het voordeel van de gebruiker zijn eigen verhaal laten samenstellen. Moet de auteur daar ook extra betekenis tegenover stellen. Een bestaand verhaal in kleine blokjes verdelen is niet genoeg. Ieder blok moet als verhaal op zich kunnen staan, en de gebruiker uit dagen om verder te lezen. (Immediacy)

Een mogelijk probleem is dat de gebruiker niet van te voren het hele verhaal kan overzien, en ook niet kan inschatten of er een heel verhaal te zien is. Ik zal dus een manier moeten vinden waarop de gebruiker duidelijk gemaakt wordt, dat er meer is dan dat hij in eerste instantie te zien krijgt.

De verhalende database word zowel Manovich als Alfrink vergeleken met de schilderkunst die europa eeuwen lang de leidende media was. Hoewel alle ingrediënten in een keer zichtbaar zijn, moet de gebruiker toch al verkennende zich het verhaal eigen maken. Wellicht een leuke manier om het uiteindelijke verhaal te presenteren een print naar voorbeeld van een 17e eeuws schilderij, met nieuwe symbolen en nieuwe verhalen.

Net als dat schilderijen vroeger bol stonden van de symbolen, zo is nu ook internet gevuld met symbolen die slechts door de insiders kunnen worden waargenomen.

Verhalen vertellen; identiteiten worden geconstrueerd door verhalen. Men leert de ander kennen niet alleen door directe communicatie maar ook door diens verhalen. Ik maak in mijn hoofd een beeld van jou, door mijn gespreken met jou, de dingen die ik over jou lees, en de mijn kennis over bepaalde identiteiten in het algemeen

Interessante links over interactieve verhalende websites

http://www.scottmccloud.com/comics/carl/3a/02.html
http://www.exactitudes.com/
http://www.nobodyhere.nl/

Interessant voor mijn Thesis:
In de thesis wordt verwezen naar een interview van Daniel Palmer met Manovich gepubliceert in Real Time (Australië 2001) waaruit ik hier een vraag zal overnemen.

Q. One of the distinctions you make in the book is between the database and narrative as competing symbolic forms. What is the significance of this contemporary shift to the database?

A. The shift to the database can be understood as part of the larger shift from a traditional “information-poor” society to our own “information-rich” society. Narrative made sense for cultures based on tradition and a small amount of information circulating in a culture – it was a way to make sense of this information and to tie it together (for instance, Greek mythology). Database can be thought of as a new cultural form in a society where a subject deals with huge amounts of information, which constantly keep changing. It maybe impossible to tie all together in a single (or a set of) narrative but you can put it in a database and use a search engine to find what you are looking for, to find information which you are not aware of but which matches your interests and finally to even discover new categories. In short, a narrative is replaced by a directory/index.

Modernisme / Postmodernisme // Narratives / Database
Wellicht kan men beweren dat met de verschuiving van modernisme (de maakbare samenleving, het maakbare leven) naar het postmodernisme (De tijdloze historie) ook de verschuiving van verhalen naar “losse informatie” (databases) heeft plaats gevonden. Wat wellicht weer te passen valt in de bewering van Foucault dat geschiedenis zich discontinu ontwikkelt.

The ability of a computer to produce endless variations of elements and to act as filter, transforming its input to yield an new output - becomes the logic of our culture at large. (Manovich, L. Language of new media 2001, 236)

Mijn onderzoeksvraag zou dus kunnen zijn: Wat zijn de gevolgen van database media / nieuwe media / sociale webapplicaties / web2.0 op het begrip (van) persoonlijke sociale identiteit.

1 Comment »

  1. Kars said,

    October 3, 2006 @ 10:48 am

    Goed te zien dat m’n thesis van nut is geweest bij je afstuderen Sjors. Is je thesis al af? Zou hem graag eens lezen…

RSS feed for comments on this post · TrackBack URI

Leave a Comment

Recent Comments: