Identiteit modernistisch / postmodernistisch

Al geruime tijd bestaat in de theorie vorming over de constitutie van het subject een zekere mate van consensus over het inzicht dat het idee van een gecentreerd, authentiek zelf dat vooraf gaat aan het sociale en culturele een fictie is, hoe waardevol en “real in its consequences’ deze fictie ook mag zijn. (van der Ploeg, I., Op het lijf geschreven in de Mul, J. Filosofie in cyberspace, Kampen, Uitgeverij Klement 2002, 257)

Identiteit zoals ik het kan overzien is de som van de persoonlijke herinneringen en herinneringen aan de persoon van de wereld om de persoon heen. Deze herinneringen van andere bestaan uit herinneren van andere mensen die de persoon ontmoet hebben (in de breedste zin van het woord). Maar ook herinneringen die objecten bewaren zoals foto’s en geschriften (Waaronder ook de gemeentelijke administratie etc).

Als we een van deze weg zouden halen, zou er nog steeds een identiteit kunnen bestaan, maar begint deze te happeren. De persoonlijke identiteit vanuit het zelf is een visie die wordt verbonden met de Modernisten samengevat in DesCartes: “Cogito, ergo sum, ik denk, dus ik ben”

Lock probeerde hier een regel voor op te stellen Een identiteit is gelijk aan zich zelf als:

 A does contain or could contain a memory of an experience contained in B. (Locke, J. in Perry, J. Personal Identity Berkeley, University of California press 1975, 16)

In deze regel houdt een persoon zijn identiteit dus bij elkaar door herinneringen. Ik kan mij herinneren wat ik gister gedaan heb, en wie ik gister was, en ben dus op tijdstip X en Y dezelfde persoon. De problemen beginnen te komen op het moment dat door bijvoorbeeld dementie mijn geheugen minder zou worden. Als ik geen herinneringen meer heb aan hoe ik was als kind, zou het kind en de bejaarde versie van mijzelf niet meer dezelfde persoon zijn. Het spreekt voor zich dat dit door een ieder als onzin gezien zal worden.

Andersom beweren dat een identiteit puur een constructie van de omgeving is  de franse filosoof Foucault is hier een voorbeeld van

For Foucault, people do not have a ‘real’ identity within themselves; that’s just a way of talking about the self — a discourse. An ‘identity’ is communicated to others in your interactions with them, but this is not a fixed thing within a person. It is a shifting, temporary construction. (Gauntlett, D., Michel Foucault, 1998 http://theory.org.uk/ctr-fou1.htm (11-04-2006))

Hierbij treed volgens mij de vreemde gewaarwording op, dat mensen zowel voor als na hun dood kunnen bestaan. Als toekomstige ouders praten over hun toekomstige kind, dan al bestaat het kind in de gedachte van de ouders. Ze kunnen het kind een naam geven en er over praten alsof het er al is. Als het kind eenmaal geboren is en opgroeit neemt zijn bestaan toe naarmate er meer andere zijn om mee te communiceren. Als het kind eenmaal als bejaarden overlijd, kan het nog na zijn dood na bestaan. In de gedachten van andere, pas als de alle informatie over de overledene verdwenen is, houdt het op te bestaan, mocht er daarna nog nieuwe ontdekkingen worden gedaan kan de persoon weer tot bestaan komen. Hier uit volgt volgens mij ook de post modernistische gedachte dat geschiedenis discontinu is.

 Identity over Time

 

Een merkwaardig grafiekje om mijn woorden te ondersteunen, volgens de modernisten is de identiteit iets wat aan iemand vast zit, de groene grafiek, die begint bij de geboorte en eindigt bij de dood. Voor postmodernisten is een identiteit een construct. Het zwelt langzaam aan bij de geboorte, en dooft langzaam weer uit naar de dood. Hoe meer omgeving kennis van jou identiteit heeft, hoe groter je identiteit is.


 

1 Comment »

  1. Een schat moet je koetseren vanwege je identiteit « Politiek said,

    January 30, 2008 @ 9:48 am

    […] www.svirsk.org/blog/2006/04/identiteit-modernistisch-postmodernistisch […]

RSS feed for comments on this post · TrackBack URI

Leave a Comment

Recent Comments: